Soorten geheugen
Er zijn drie soorten menselijk geheugen.Sensorisch geheugen is zeer snel geheugen waarin de impulsen van onze zintuigen voor een korte periode bewaard worden. Tijdens dit moment gaat de informatie door een onbewuste selectiefase waarna de relevante informatie wordt doorgespeeld naar het werkgeheugen. Werkgeheugen is redelijk snel geheugen dat verantwoordelijk is voor het verwerken en tijdelijk opslaan van informatie. Het interpreteert verbale en visuele informatie en bevat een subsysteem voor aandacht. Lange-termijn geheugen is traag, maar virtueel oneindig geheugen dat informatie bevat in de vorm van cognitieve schema's welke bestaan uit patronen van gerelateerde elementaire feiten. Omdat het werkgeheugen een beperkte capaciteit heeft en informatie enkel voor een korte periode kan worden opgeslagen in dit geheugen, is het belangrijk om het zeer efficiënt te gebruiken wanneer zeer complexe taken behandeld worden.
Types cognitive load
Tijdens het oplossen van problemen moet informatie opgeladen worden in het werkgeheugen om de stappen van de oplossing van het probleem te bepalen, uit te voeren en op te volgen. Deze informatie vorm een intrinsieke load voor het werkgeheugen. Daarnaast heb je externe load, welke veroorzaakt wordt door de noodzaak om te vertalen tussen mentale en externe representaties van informatie. Bijvoorbeeld de interprestatie van lettersymbolen als betekenisvolle woorden heeft een belangrijke component van externe load. Germane load tenslotte, wordt gegenereerd door leren. Meer concreet is het de load voor het opstellen en automatiseren van cognitive schema's in het lange-termijn geheugen. Er wordt verder ook een onderscheid gemaakt tussen de gehele cognitieve load (de totale hoeveelheid informatie die achtereenvolgens opgeladen wordt in het werkgeheugen om een specifieke taak uit te voeren) en de instant-load (de hoeveelheid informatie dat in het werkgeheugen is opgeladen op een bepaald moment).
Cognitive Load Theory
Ook al blijkt er een limiet te bestaan op het aantal informatie-eenheden dat tegelijkertijd in het werkgeheugen opgeladen kan zijn, er lijkt geen beperking op de grootte en complexiteit van deze informatie-eenheden. Meer specifiek gelooft men dat één eenheid in het werkgeheugen (dikwijls een informatie-'chunk' genoemd) overeenkomt met één cognitief schema in het lange-termijn geheugen. Desalniettemin, zelfs wanneer grote chunks aan informatie kunnen opgeslagen worden als één eenheid, kan de beperkte capaciteit van het werkgeheugen tekortschieten en spreekt men van overload. Wanneer het werkgeheugen overladen is, stoppen mensen met bijleren (reductie van germane load), worden ze trager en maken ze meer fouten. Overload moet dus vermeden worden als je een probleem effectief en efficiënt wil oplossen.
Cognitive Fit Theory
De Cognitive Fit Theory bepaalt dat mensen problemen effectiever en efficiënter oplossen wanneer de representatie van het materiaal van de taak 'past' bij de taak zelf. In zulke gevallen vraagt het vertalen van externe en interne representaties van de relevant informatie minder moeite (minder externe load). Wanneer een taak bijvoorbeeld het verkennen van relaties tussen de data omvat, krijgt een visuele voorstelling de voorkeur (zoals een grafiek). Voor meer statistische doelen, zoals het gemiddelde van een reeks getallen bepalen, is een symbolische tekstrepresentatie in de vorm van een lijst of tabel effciënter op cognitief vlak. De Cognitive Fit Theory focus hoofdzakelijk op het passen van de probleemvoorstelling bij de taak, maar een secundair gunstig effect wordt beschreven wanneer de voorstelling ook past bij de uitvoerder van de taak. Zo zullen de meeste mensen bijvoorbeeld uitblinken in ofwel grafische ofwel logische taken.
Uitbreiding op
de Cognitive Fit Theory
Ik onderzoek of cognitive fit ook kan toegepast worden op intrinsieke load. Is het productief om de oplossingstrategie af te stemmen op de uitvoerder van de taak en op de taak zelf? Zo verwerken sommige mensen informatie sequentieel, terwijl anderen een globale aanpak hebben. Moeten zij problemen op een verschillende manier oplossen (sequentieel of globaal) om de effectiviteit en efficiëntie te verbeteren?
