Doctoraat

Tekst

Jan Claes
Investigating the Process of Process Modeling and its Relation to Modeling Quality - The Role of Structured Serialization
Promotoren: Geert Poels (UGent), Frederik Gailly (UGent), Paul Grefen (TU/e), Irene Vanderfeesten (TU/e)
Download het doctoraat hier

firstpage

Samenvatting Er is een fundamentele verschuiving aan de gang van de focus van organisaties. Waar zij vroeger bijna uitsluitend aandacht hadden voor resultaten in termen van producten, diensten, opbrengsten en kosten, ligt men nu wakker van de bedrijfsprocessen. Men wil elke stap in het bedrijfsproces kennen, beheersen en optimaliseren. Dit verklaart de enorme inspanningen die veel organisaties vandaag leveren voor het in kaart brengen van hun processen in zogenaamde (bedrijfs)procesmodellen.

Helaas komen deze modellen soms niet (helemaal) overeen met de bedrijfsrealiteit of interpreteert de lezer van een model de voorgestelde informatie anders dan bedoeld. Waar we dus enerzijds constateren dat men in organisaties steeds meer belang gaat hechten aan deze modellen, stellen we anderzijds ook vast dat de kwaliteit van de procesmodellen in bedrijven dikwijls te wensen overlaat.

Het doctoraatsonderzoek levert een belangrijke bijdrage in deze context. Dit werk onderzoekt in detail hoe mensen procesmodellen maken en waarom of wanneer het fout gaat. Een beter begrip van de huidige manier van procesmodelleren ligt aan de basis voor het ontwikkelen van concrete richtlijnen die ervoor kunnen zorgen dat in de toekomst betere procesmodellen gemaakt zullen worden.

De eerste studie onderzocht hoe we de werkwijze van verschillende modelleurs op een cognitief effectieve wijze kunnen voorstellen, zodat het bouwen van deze kennis gemakkelijker wordt. Daartoe werd de PPMChart visualisatie ontwikkeld. Deze stelt de verschillende operaties van een modelleur in een modelleertool voor op zulke wijze dat gemakkelijk patronen ontdekt kunnen worden in hun manier van werken. Door de verzameling van data van niet minder dan 704 unieke modelleersessies (een gezamenlijke bijdrage van verschillende auteurs in het vakgebied) en door de ontwikkeling van een concrete implementatie van de visualisatie, werd het mogelijk om een grote hoeveelheid kennis te vergaren over hoe verschillende mensen te werk gaan in verschillende situaties bij het modelleren van een concreet proces.

De tweede studie verkende aan de hand van de ontdekte modelleerpatronen de mogelijke relaties tussen hoe procesmodellen gemaakt worden en welke kwaliteit daarmee geleverd werd. Concreet werden drie modelleerpatronen uit de vorige studie nader onderzocht in relatie met de verstaanbaarheid van het gemaakte procesmodel. Door het vergelijken van de PPMCharts die deze patronen vertonen, met de bijhorende procesmodellen, werd telkens een verband gevonden. Zo werd vastgesteld dat wanneer men het procesmodel in opeenvolgende blokken maakt (dus op een gestructureerde manier), een betere verstaanbaarheid van het resulterende procesmodel bekomen werd. Een tweede verband stelde dat modelleurs die (veel) elementen in het model (veel) verschuiven, doorgaans een minder verstaanbaar model creëerden. Het derde verband werd gevonden tussen de hoeveelheid tijd die men spendeert aan het maken van het model en een dalende verstaanbaarheid van het resulterende model. Deze verbanden werden grafisch vastgesteld op papier, maar werden bekrachtigd door een eenvoudige statistische analyse.

De derde studie selecteerde één van de verbanden uit de vorige studie, namelijk de relatie tussen gestructureerd modelleren en modelkwaliteit, en bestudeerde deze in meer detail. Opnieuw werd de ontwikkelde PPMChart visualisatie ingezet, wat leidde tot het identificeren van verschillende manieren van gestructureerd modelleren. Wanneer een taak moeilijk is, gaan mensen die spontaan opsplitsen in deeltaken die achtereenvolgens (in plaats van tegelijk) opgelost worden. Structureren gaat over de manier waarop men het opsplitsen aanpakt. Er werd vastgesteld dat wanneer dit op een consistente wijze en volgens een bepaalde logica gebeurt, het modelleren beter en gemakkelijker ging. Beter omdat een procesmodel werd gemaakt dat minder syntactische en semantische fouten bezat en gemakkelijker omdat hiervoor minder tijd en modelleeroperaties nodig waren. Toch merkten we dat het opsplitsen in deeltaken op een gestructureerde manier niet altijd tot een positief resultaat leidde. Dit kan verklaard worden doordat sommige mensen op een verkeerde manier structureren. Onze hersenen hebben immers cognitieve voorkeuren die ertoe leiden dat bepaalde manieren van werken niet bij ons passen. De studie identificeerde drie belangrijke factoren: heb je een sequentiële of globale leerstijl, hoe context-afhankelijk ben je en hoe groot is je verlangen en noodzaak naar structuur. De Structured Process Modeling Theory werd ontwikkeld die deze verbanden vastlegt en die de basis kan vormen van het ontwerpen van een optimale individuele werkwijze voor procesmodelleren. De theorie heeft volgens ons het potentieel om ook ruimer toegepast te kunnen worden en te helpen bij het effectief en efficiënt oplossen van allerlei soorten problemen

Verdediging (in het Engels)

Presentatie